Stinkdieren algemene informatie.

Het oudst bekende fossiele stinkdier stamt uit Duitsland en is gedateerd op 12 miljoen jaar oud. Tot 1997 waren de stinkdieren ingedeeld in de familie van de wezelachtigen (Mustelidae). Naar aanleiding van DNA onderzoeken zijn de stinkdieren tegenwoordig ondergebracht in een eigen familie; de stinkdieren (Mephitidae). De familie telt twaalf soorten verdeeld over vier geslachten.

De gewone stinkdieren (Mephitis) met;

Gestreepte stinkdier (Mephitis mephitis)

Gekraagde stinkdier (Mephitis macroura)

De varkenssnuitstinkdieren (Conepatus) met;

Witrug varkenssnuitstinkdier (Conepatus leuconotus)

Amazone varkenssnuitstinkdier (Conepatus semistriatus)

Chileense varkenssnuitstinkdier (Conepatus chinga)

Patagonische stinkdier (Conepatus humboldtii)

De gevlekte stinkdieren (Spilogale) met;

Westelijke gevlekte stinkdier (Spilogale gracilis)

Oostenlijke gevlekte stinkdier (Spilogale putorius)

Zuidelijke gevlekte stinkdier (Spilogale angustifrons)

Kleine gevlekte stinkdier (Spilogale pygmaea)

De stinkdassen (Mydaus) met;

Maleise stinkdas (Mydaus javanensis)

Filipijnse stinkdas (Mydaus marchei)

Het gestreepte stinkdier (Mephitis mephitis) is het meest bekende stinkdier en wordt ook gehouden als huisdier. Deze soort komt voor in bijna geheel Noord-Amerika. Ze bewonen een groot aantal verschillende biotopen: woestijnen, bossen, prairies, grasvlakten en buitenwijken. Het gestreepte stinkdier wordt 35 tot 60 centimeter lang en weegt 2,7 tot 6,3 kilogram. De staartlengte bedraagt 18 tot 40 centimeter. Het gestreepte stinkdier heeft een zwarte vacht met twee brede witte strepen over de rug en de staart. Ook de schouders en de kap boven op de kop zijn wit. De hoeveelheid wit varieert per dier: er zijn bijna geheel zwarte stinkdieren en bijna geheel witte. Over de gezicht loopt een dunne, witte streep. Ze hebben een flinke pluimstaart.

Het vachtpatroon dient als waarschuwing voor natuurlijke vijanden. Mochten deze de waarschuwing negeren, steekt het stinkdier zijn staart omhoog, en zet de staartharen uit, klappert met zijn tanden en stampt op de grond met zijn voorpoten. De meeste roofdieren laten zich hierdoor afschrikken, maar de enkele vijand die blijft staan krijgt een nare verrassing. Het stinkdier richt de anaalklieren op de aanvaller en spuit een gele, olieachtige stinkende vloeistof. Hij kan drie tot vijf meter ver spuiten, maar de damp die vrij komt kan wel tien meter ver dragen. De geur blijft lang hangen en is van verre te ruiken. Overigens is het stinkdier zuinig op zijn vloeistof, aangezien hij slechts genoeg heeft voor vijf ŗ zes aanvallen, en het enkele weken duurt voordat de vloeistof is aangevuld. Alleen de Amerikaanse oehoe, die een slechte reukzin heeft, is een geduchte natuurlijke vijand voor het stinkdier. Verreweg de meeste slachtoffers vallen door het verkeer.

Een stinkdier is een alleseter. Het natuurlijke dieet bestaat uit knaagdieren, insekten, hagedissen, eieren van grondbroedende vogels, amfibieŽn, groente, vruchten en bessen. Het gestreepte stinkdier leeft in losse groepen zonder duidelijke hierarchie en is voornamelijk schemer- en nachtactief. Overdag slapen ze op een stil plekje. Het houdt geen winterslaap, maar hij gaat in koude streken in winterrust. In de herfst kweken ze een vetlaag, om de voedselarme wintermaanden door te komen. Vaak overwinteren meerdere stinkdieren in een hol. Soms gebruikt hij een bestaande schuilplaats als een holle boom of een ruimte tussen de rotsen. Een enkele keer graaft hij zijn eigen hol. Gestreepte stinkdieren gebruiken soms ook spouwmuren en kruipruimtes als verblijfplaats. Over het algemeen zijn winter- en kraamverblijven ondergronds, andere verblijven bovengronds.

De paartijd valt van februari tot april. De draagtijd duurt 62 tot 66 dagen, inclusief de verlengde draagtijd van 19 dagen. Het stinkdier krijgt 3 tot 9 jongen per worp, deze worden geboren in mei. Bij de geboorte zijn de jongen blind en dunbehaard. De karakteristieke gestreepte tekening is al wel duidelijk te herkennen. Na zes tot zeven weken zijn de jongen gespeend, en gaan de jongen samen met de moeder op jacht. Ze worden 3 tot 6 jaar oud in het wild en 6 tot 10 jaar in gevangenschap.

Bronnen

The Biology of the Striped Skunk B.J. Verts

Nutrition and Behavior of Striped Skunks J.W. Dragoo

Economic value of North American skunks D.E. Lantz

www.dragoo.org