Gedrag.

Verrijking voor stinkdieren

Veel dieren in gevangenschap lopen kans op het ontwikkelen van onnatuurlijk/stereotype gedrag. Door het stimuleren van natuurlijk gedrag wordt dit voorkomen en houdt het dier fit en gezond. Verrijking werkt alleen als er regelmatig iets veranderd. Beperk het wel tot enkele nieuwe dingen per keer. Als alles ineens veranderd wordt kan er overstimulatie ontstaan met stress als gevolg. Er moet dus altijd een vast en gevoelsmatig veilige plek zijn. Er zijn verschillende manieren van verrijking voor stinkdieren te bedenken. Stinkdieren zijn dieren met een goede reuk. Eten kan worden verstopt in een bak met schors of hooi, papieren zakken of worden aangeboden in voederballen/buizen. Het nestmateriaal kan prima als verrijking worden toegepast. De ene keer hooi, dan weer stro of dekens. Door gebruik te maken van verschillende wasmiddelen of wasverzachters krijgt een deken ineens een heel andere geur en ook dat kan verrijkend werken. Ook het normale natuurlijke gedrag zoals het gebruik laten maken van hun nagels kan voor prima afleiding zorgen. Een zandbak om te graven of een bos snoeiafval levert al snel resultaat. Soortgenoten of andere dieren kunnen ook als verrijking worden gezien mits ze elkaar niet elke dag in de weg lopen. Het moet dus wel klikken.

Ook kunnen diverse hondenspellen en zelf gemaakte spellen als prima verrijking worden toegepast. Speelgoed dat er elke dag ligt gaat na verloop van tijd bij de omgeving horen en vormt dan geen uitdaging meer. Haal af en toe speelgoed weg en leg er nieuw voor in de plaats. Het speelgoed kan dan een paar weken later weer worden gewisseld.

Sproeien

Een stinkdier heeft aan het eind van de endeldarm twee anaalklieren, net als katten, honden, fretten en andere Carnivora. Bij stinkdieren hebben deze de grootte van een boontje en ze kunnen er mee richten (de meeste Carnivora kunnen dit niet). De geurstof die daar aangemaakt wordt bevat mercaptanen, dezelfde stof dat wordt toegevoegd aan het normaal gesproken reukloze aardgas om de typische en zeer herkenbare geur te geven. Wanneer een stinkdier sproeit is de concentratie zo hoog aan deze stoffen dat het aan de slijmvliezen hecht en nog dagen geroken kan worden zonder dat de omgeving nog ruikt. De geur is voor iedereen verschillend. Veel mensen vinden het smerig maar er zijn ook mensen die het lekker vinden ruiken. Veel gebruikte omschrijvingen zijn; knoflook, verbrand rubber, rottende kool, aardgas en een flinke joint. Een volwassen stinkdier zal als het goed gesocialiseerd is zijn stinkklieren echter niet gebruiken.

Hoe herken je dat een stinkdier zal gaan sproeien? Allereerst moet er sprake zijn van veel stress. Het stinkdier is dan op zijn hoede. Meestal probeert een stinkdier eerst weg te lopen, lukt dit niet dan zal het gaan dreigen; hissen/snuiven en met opgeheven en wijd uitgespreide staart gaan stampvoeten. Wijkt het gevaar dan nog niet dan keert het stinkdier zijn kont naar de belager en stulpt een stukje endeldarm uit. Als dit nog steeds niet werkt dan verschijnen er in een oogwenk twee kleine bobbeltjes (de anaalklieren) en daaruit wordt met veel kracht en een straal kliervocht nauwkeurig op de belager gesproeit. Een stinkdier gebruikt zijn klieren alleen wanneer deze geen andere manier ziet om te vluchten en denkt dat zijn laatste uurtje geslagen heeft, het is het laatste redmiddel dat een stinkdier heeft en de stinkdieren zijn zelf ook niet gek op de geur. Bovendien duurt het weer enkele dagen voordat de voorraad geurstof weer is aangevuld en ze zijn zonder deze wapens nagenoeg weerloos. Dit komt erop neer dat je een stinkdier eerst flink zou moeten opjagen, in een hoek moeten drijven en dan vervolgens hardhandig beet moet grijpen eer dat deze tot sproeien overgaat. In de praktijk komt dit bij stinkdieren die gehouden worden als huisdier door een verstandig en verantwoordelijk baasje dus niet voor. Alleen hele jonge stinkdieren hebben nog niet de volledige controle over hun klieren en kunnen door opwinding kleine beetjes geurstof "lekken" maar deze hebben nog niet de sterke concentratie als de vowassen dieren. Stinkdieren hebben een neutrale geur en nemen vaak de geur van hun omgeving aan doordat de vacht geuren kan absorberen. Een stinkdier dat in stro slaapt zal naar stro gaan ruiken en zitten ze een poosje op schoot bij iemand die parfum draagt dan zal het na enkele minuten naar parfum gaan ruiken. Een goed verzorgt stinkdier ruikt dus niet onaangenaam zoals men vaak denkt...

Verwijderen van stinkdier geur.

Er zijn verschillende middelen waarvan gezegd wordt dat deze gebruikt kunnen worden om de stinkdiergeur te verwijderen. De MythBusters hebben deze getest maar alleen het volgende recept blijkt echt afdoende te werken.

Recept;

1 liter waterstofperoxide 3%, ╝ kopje natriumbicarbonaat (zuiveringszout), 1 a 2 eetlepels vloeibare handzeep.

Meng de ingredienten goed door elkaar in een plastic bak met een houten of plastic lepel. Gebruik geen metalen objecten, deze kunnen gaan oxideren. Breng het schuimende mengsel aan op de te behandelen oppervlakken. Als het gebruikt wordt op mens of dier zorg dat het niet in oren, ogen en mond komt. Laat het mengsel minimaal 5 minuten intrekken en spoel dan goed af met handwarm water. Desnoods nog een keer herhalen als de geur niet geheel verdwenen is.

 

Zindelijkheid

Een jong stinkdier kan men heel goed zindelijk maken. Bij nieuwe volwassen stinkdieren kan het soms maanden duren voor de eerste tekenen van zindelijkheid verschijnen. Is hij ineens onzindelijk geworden dan kan dat een aantal oorzaken hebben; Ziekte, een scheiding, een nieuwe baby of huisdier in huis, de kinderen zijn ineens heel druk, verhuizing, verandering van de werktijden van het baasje of hormonen, is het stinkdier niet geholpen dan kan hij in het voorjaar last krijgen van paardrift en laat daarbij sporen na in de vorm van urine of hij gaat overal poepen. Sommige stinkdieren zijn hyperzindelijk. Dat wil zeggen dat wanneer er slechts een drol of plas in de toiletbak ligt datde bak als vies wordt ervaren en het stinkdier het ernaast gaat doen. In zulke gevallen zit er niets anders op dan meerdere toiletbakken aan te bieden en meerdere keren per dag de bak te verschonen.

 

Andere huisdieren

Veel mensen vragen zich af of stinkdieren overweg kunnen met andere huisdieren. Konijnen, knaagdieren, vogels en reptielen zijn voor stinkdieren een prooi, het is dus af te raden om deze binnen bereik van de soms razendsnelle stinkdieren te laten. Stinkdieren zijn erg behendig en kunnen met hun sterke poten en klauwen ook kooien openmaken.

Katten, honden en fretten die het stinkdier tolereren gaan goed samen. Soms kunnen ze het zelfs zo goed met elkaar vinden dat ze samen spelen en bij elkaar slapen. Als de kat, hond of fret een jachtinstinct heeft dan is het vroeg of laat vragen om problemen.

Slopen

Stinkdieren hebben hele sterke graafpoten en kunnen de onderkanten van het bankstel, de stoelen, de vloerbedekking voor een deur waar ze door willen, kapot trekken. Soms zijn de binnenkanten van schoenen of pantoffels en inhoud van tassen ook favoriet. Op zoek naar een andere slaapplek kunnen ze ook, het liefst in het holst van de nacht, met veel kabaal de pannen uit een keukenkastje trekken om daarna hun nieuwe hol te bekleden met handdoeken en theedoeken die binnen het bereik van hun klauwen zijn. En planten waar de stinkdieren bij kunnen komen zijn binnen luttele minuten vakkundig gescheiden van hun pot en potgrond.

Nieuwsgierigheid

Stinkdieren zijn erg nieuwgierig en ondernemend. Voortdurend moet u de ramen en deuren van uw woning gesloten houden, zodat hij niet in een onbewaakt ogenblik naar buiten kan glippen en u na uren pas ontdekt dat hij nergens te vinden is. Wees alert op bezoek, dat zij de deur goed achter zich sluiten. Een ontsnapt stinkdier vindt meestal zijn weg naar huis niet meer terug. Hij zal afgeleid worden door de vele nieuwe indrukken die hij krijgt en zijn neus achterna gaat. Bij onraad zal hij zich verstoppen en steeds verder van huis dwalen. Weggelopen stinkdieren zijn moeilijk terug te vinden en kunnen het slachtoffer worden van honden, verkeer of mensen die ze als ongedierte beschouwen. Laat het stinkdier chippen en registreren, dan kan een stinkdier snel weer herenigd worden met het baasje als hij weet te ontsnappen en gevonden wordt.

Bijtgedrag

Alle dieren kunnen bijten, dus ook stinkdieren. Stinkdieren hebben een gebit en kaken die gebouwd zijn om botten door te kunnen bijten. Als stinkdieren bijten dan bijten ze snel en kort maar heel hard. Vaak tot bloedens toe. Gelukkig bijten stinkdieren niet zonder aanleiding. Verreweg de meeste stinkdieren zullen altijd eerst proberen te vluchten of zich te verstoppen. Als hun laatste redmiddel zullen ze overgaan tot bijten.

Bijtgedrag kan worden onderverdeeld in een aantal categoriŰn;

Voedselagressie: De meeste stinkdieren zijn erg gefixeerd op eten. Dit kan zich uiten in voedselagressie. Wanneer het voer wordt aangeboden wordt de voerbak met geweld uit de handen getrokken en met de hand aangeboden snacks worden snel weggegrist. Het komt regelmatig voor dat er dan in de handen wordt gebeten. Stinkdieren zien slecht en bijten dan soms in de vingers in plaats van de snack beet te pakken. Ook als handen naar voedsel ruiken kan het gebeuren dat een stinkdier denkt dat deze iets te eten krijgt en hapt toe. Dit is geen kwade opzet maar het is wel vervelend. Het aanbieden van snacks op een vlakke hand kan voorkomen dat het stinkdier je vingers pakt maar ze leren het daar niet van af. Een heel effectieve manier om voedselagressie af te leren is het aanbieden van snacks op een metalen lepel of pincet. Na een paar keer flink bijten in de lepel of pincet hebben ze al snel door dat dit zeer doet en pakken ze de snack voorzichtig aan. Het lijkt misschien cru maar in de natuur leren ze op dezelfde manier. Het moeder stinkdier biedt haar pups ook voedsel aan en als de pups haar bijten krijgen ze een knauw terug.

Territoriumdrift: Sommige stinkdieren hebben snel last van territoriumdrift, meestal komt dat door te kleine huisvesting. Meer ruimte (minimaal 20 m2 voor 1 tot 2 stinkdieren) doet vaak wonderen.

Angst: Angst is aangeleerd, meestal door ergens flink van te schrikken of door een pijnlijke ervaring. Het is heel moeilijk om een dier van zijn angst af te helpen. Straffen heeft geen enkele zin daarmee wordt de angst alleen maar groter. Men moet het vertrouwen van het dier proberen te winnen.

Dominantie: Wanneer bijtgedrag voortvloeit uit dominantie dan is dat vaak bij gedomesticeerde of met de hand gefleste dieren. Deze zien mensen als soortgenoot en willen ook hun baasje gaan domineren. Meestal treedt dat gedrag op rond de puberteit van het dier. De enige oplossing hier is om niet te laten merken dat men bang is en het dier te negeren of weg te duwen. Uiteindelijk gaat het dier inzien dat hij de strijd niet kan winnen en zal zich eraan overgeven. Mocht dat nog niet baten dan kan een castratie of sterilisatie uitkomst bieden.

Hormonale oorzaken: In de paartijd, puberteit of tijdens de dracht kunnen sommige soorten stinkdieren bijtgedrag gaan vertonen. Dat komt door wisselingen in de hormoonhuishouding. Meestal is het van korte duur en gaat snel over. Bij aanhoudend bijtgedrag is er misschien sprake van een verstoorde hormoonhuishouding. Dit kan veroorzaakt worden door gezwellen (cystes en tumoren) in de baarmoeder, eierstokken en testes. Laat bij verdenking daarvan het dier onderzoeken door een dierenarts.

Irritatie: Wanneer een dier vaak ge´rriteerd wordt bijvoorbeeld door hem steeds uit zijn slaap te halen kan een dier geïrriteerd raken en uit protest bijten. Vaak ziet men dit gedrag bij nachtdieren waar men overdag mee bezig wil zijn. Ook wanneer de slaapkist/hok op een onrustige plek staat ontstaan er nogal eens bijtincidenten.

 

Karakter, knuffelkont of niet?

Opvoeding heeft geen invloed op het karakter. Een stinkdier kan niet door opvoeding knuffelig worden gemaakt. Wel goed hanteerbaar. Elk stinkdier is verschillend in zijn doen en laten en niet elk stinkdier zal een schootzitter worden, maar het liefst zijn eigen gangetje willen gaan. Soms kan het maanden of langer dan een jaar duren, voordat het dier uit zichzelf naar je toe komt voor aandacht of om een aai over zijn rug te krijgen.

Tam wordt vaak verward met knuffelig. Dit heeft maar weinig met elkaar te maken. Knuffelig zijn is een karaktereigenschap die zowel bij wilde als tamme dieren voor kan komen. Bovendien zijn lang niet alle tamme dieren knuffelig. Knuffelig wil zeggen dat een dier heel erg behoefte heeft aan lichamelijk contact (met soortgenoten, mensen of andere dieren). Tamheid zegt iets over de mate van hanteerbaarheid. Stress heeft enorm veel invloed op tamheid waardoor zelfs het meest knuffelige, handtamme dier zich ineens als een wilde kan gedragen. En andersom is ook bekend. Een echt wild dier (dus rechtstreeks uit het wild afkomstig) kan door stress in een soort van shock raken waardoor een dier handtam en knuffelig lijkt. Maar zodra de stressfactoren voorbij zijn zal de eigenlijke mate van tamheid weer duidelijk worden.

Vals wil zeggen uit het niets aanvallend. Dit kan verward worden met wild gedrag. Wanneer een wild dier defensief reageerd, probeert het zich te verdedigen. Soms vallen de dieren daarbij aan. Een dier dat defensief is heeft daartoe een reden. Het voelt zich bedreigd en ziet geen andere uitweg dan aan te vallen. Echter in de meeste gevallen blijft het bij dreigen en het dier zal eerst proberen te vluchten. Een vals dier valt aan als er geen enkele reden toe lijkt. Zo kan een dier heerlijk op schoot zitten en genieten van een kroelbeurt en het volgende ogenblik uit het niets doorbijten. Een dier wordt niet zomaar vals. Veelal blijken valse dieren mishandeld te zijn of is er sprake van een ziekte (bijvoorbeeld; hersentumor of hormonale aandoeningen).

Tamheid kan in verschillende gradaties worden verdeeld:

Wild; het dier is onbenaderbaar, zal proberen te vluchten en eenmaal gevangen alle moeite doen om los te komen, inclusief krabben, bijten en trappen. Kortom zoals een wild dier zich zou gedragen. Het komt nooit eten uit de hand halen.

Schuw; het dier zal proberen te vluchten en eenmaal gevangen zich los proberen te wurmen. Het zal echter niet bijten. Het komt heel soms eten uit de hand halen.

Voedertam; het dier zal proberen te vluchten en eenmaal gevangen niet bijten. Als het dier iets lekkers wordt aangeboden zal het het lekkers uit de hand aanpakken.

Handtam; het dier is zeer goed te hanteren en pakt zonder bezwaren iets lekkers aan uit de hand.

 

Bronnen

Eigen ervaringen

The Biology of the Striped Skunk B.J. Verts

Care, Management and Biology of Captive Striped Skunks (Mephitis mephitis) J. Wade-Smith and M.E. Richmond

Husbandry, Overwinter Care and Reproduction of Captive Striped Skunks (Mephitis mephitis) S. Lariviére, Y.T. Hwang, W.A. Gorsuch and S. A. Medill

Economic value of North American skunks D.E. Lantz

Food Intake, Weight Changes and Activity of Confined Striped Skunks (Mephitis mephitis) in Winter M. Aleksiuk and A.P. Stewart