|
Het
gestreepte stinkdier (Mephitis mephitis) is het meest bekende
stinkdier en wordt ook gehouden als huisdier. Deze soort komt
voor in bijna geheel Noord-Amerika. Ze bewonen een groot aantal
verschillende biotopen: woestijnen, bossen, prairies, grasvlakten
en buitenwijken. Het gestreepte stinkdier wordt 35 tot 60
centimeter lang en weegt 2,7 tot 6,3 kilogram. De staartlengte
bedraagt 18 tot 40 centimeter. Het gestreepte stinkdier heeft
een zwarte vacht met twee brede witte strepen over de rug
en de staart. Ook de schouders en de kap boven op de kop zijn
wit. De hoeveelheid wit varieert per dier: er zijn bijna geheel
zwarte stinkdieren en bijna geheel witte. Over de gezicht
loopt een dunne, witte streep. Ze hebben een flinke pluimstaart.
Het
vachtpatroon dient als waarschuwing voor natuurlijke vijanden.
Mochten deze de waarschuwing negeren, steekt het stinkdier
zijn staart omhoog, en zet de staartharen uit, klappert met
zijn tanden en stampt op de grond met zijn voorpoten. De meeste
roofdieren laten zich hierdoor afschrikken, maar de enkele
vijand die blijft staan krijgt een nare verrassing. Het stinkdier
richt de anaalklieren op de aanvaller en spuit een gele, olieachtige
stinkende vloeistof. Hij kan drie tot vijf meter ver spuiten,
maar de damp die vrij komt kan wel tien meter ver dragen.
De geur blijft lang hangen en is van verre te ruiken. Overigens
is het stinkdier zuinig op zijn vloeistof, aangezien hij slechts
genoeg heeft voor vijf à zes aanvallen, en het enkele weken
duurt voordat de vloeistof is aangevuld. Alleen de Amerikaanse
oehoe, die een slechte reukzin heeft, is een geduchte natuurlijke
vijand voor het stinkdier. Verreweg de meeste slachtoffers
vallen door het verkeer.
Een
stinkdier is een alleseter. Het natuurlijke dieet bestaat
uit knaagdieren, insekten, hagedissen, eieren van grondbroedende
vogels, amfibieën, groente, vruchten en bessen. Het gestreepte
stinkdier leeft in losse groepen zonder duidelijke hierarchie
en is voornamelijk schemer- en nachtactief. Overdag slapen
ze op een stil plekje. Het houdt geen winterslaap, maar hij
gaat in koude streken in winterrust. In de herfst kweken ze
een vetlaag, om de voedselarme wintermaanden door te komen.
Vaak overwinteren meerdere stinkdieren in een hol. Soms gebruikt
hij een bestaande schuilplaats als een holle boom of een ruimte
tussen de rotsen. Een enkele keer graaft hij zijn eigen hol.
Gestreepte stinkdieren gebruiken soms ook spouwmuren en kruipruimtes
als verblijfplaats. Over het algemeen zijn winter- en kraamverblijven
ondergronds, andere verblijven bovengronds.
Ontdekkingsreizigers
meldden al in de 16e eeuw dat indianen stinkdieren hielden
in en om hun dorpen. De eerste westerse kolonisten hielden
ook stinkdieren rond hun boerderijen om het ongedierte zoals
muizen en ratten te bestrijden. Door het fokken van stinkdieren
in pelsfarms sinds halverwege de 19e eeuw zijn inmiddels vrij
veel kleuren en tekeningen onstaan. Er zijn bruine, grijze,
abrikooskleurige en witte stinkdieren. Toen de bontmarkt instortte
na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) hebben de bontfokkers
zich gericht op de huisdierindustrie. Artis was de eerste
Nederlandse dierentuin die in 1939 stinkdieren in hun collectie
had. Sinds de jaren '70 worden ze ook door particulieren in
Nederland als huisdier gehouden.
De
paartijd valt van februari tot april. De
draagtijd duurt 62 tot 66 dagen, inclusief de verlengde draagtijd
van 19 dagen. Het stinkdier krijgt 3 tot 9 jongen per worp,
deze worden geboren in mei. Bij de geboorte zijn de jongen
blind en dunbehaard. De karakteristieke gestreepte tekening
is al wel duidelijk te herkennen. Na zes tot zeven weken zijn
de jongen gespeend, en gaan de jongen samen met de moeder
op jacht. Ze worden 3 tot 6 jaar oud in het wild en 6 tot
10 jaar in gevangenschap.
Stinkdieren,
huisdier of niet?
Domesticatie
wil zeggen; tot huisdier gemaakt. Over het algemeen genomen
zijn er vele generaties in gevangschap gefokte dieren voor
nodig voordat de eerste tekenen van domesticatie zich openbaren.
Dit uit zich in het verliezen van schuwheid en zelfs toenadering
tot mensen zoeken. Daarnaast ontstaan er in veel gevallen
allerlei variaties in de kleur van de vacht. Een dier dat
meer nesten per jaar werpt zal sneller gedomesticeerd raken
dan een dier dat slechts een of enkele nesten per jaar werpt.
Volgens
onderzoeken naar domesticatie (Hafez 1975, Hale 1969, Craig
1981, Slijper 1944 en Naaktgeboren 1984) zijn de volgende
argumenten voorwaarden waaraan een zoogdier moet voldoen om
succesvol als huisdier gehouden te kunnen worden. Wij hebben
een vergelijking gemaakt met de Syrische hamster (goudhamster)
en het gestreept stinkdier. De Syrische hamster staat wel
als gedomesticeerd dier te boek. De punten hebben geen volgorde
van prioriteit.
De soort niet schuw is en bovendien een kleine (erfelijke)
"vluchtdistantie" heeft.
Gestreept
stinkdier; is van nature niet schuw, zelfs brutaal te noemen.
Syrische
hamster; is van nature wel schuw omdat dit een prooidier is.
De
dieren leven in kleine sociale groepen met een duidelijke
hiërarchie, waarin de mens kan participeren en domineren,
voor zover het grotere dieren betreft.
Gestreept
stinkdier; leeft in losse groepen zonder duidelijk hiërarchie.
Syrische
hamster; leeft solitair.
Het
gedrag van de mens past bij dat van de dieren, opdat geen
onbedoelde signalen overkomen (het gedrag van de mens bijv.
geen agressie uitlokt).
Gestreept
stinkdier; wilde stinkdieren zoeken de mens vaak op. Voornamelijke
vanwege het tafelafval waar stinkdieren makkelijke maaltijden
in vinden. Jonge stinkdieren lokken vaak huisdieren en mensen
uit tot spelen.
Syrische
hamster; leeft ver weg van menselijke bewoning en komt nauwelijks
in het wild met mensen in aanraking.
Het
activiteitsritme van dier en mens bij elkaar passen.
Gestreept
stinkdier; schemer- en nachtdier.
Syrische
hamster; schemer- en nachtdier.
De
mens de seksuele partner kan uitzoeken en paring geschiedt
zonder veel vijven en zessen (hierdoor wordt het fokken met
dieren mogelijk).
Gestreept
stinkdier; stinkdieren worden al op grote schaal gefokt sinds
de 19e eeuw.
Syrische
hamster; wordt pas gefokt sinds 1939.
Het
aanpassingsvermogen van de dieren groot is.
Gestreept
stinkdier; stinkdieren zijn in het wild zeer succesvol en
hebben het grootste verspreidingsgebied van alle soorten stinkdieren.
Ze komen in allerlei biotopen voor.
Syrische
hamster; is beperkt tot een klein gebied maar kan zich prima
aanpassen en handhaven aan de daar zeer ruige omgeving.
Het
voedsel voor de dieren gemakkelijk te verkrijgen is.
Gestreept
stinkdier; de voeding is niet moeilijk samen te stellen maar
er is geen kant-en-klaar voeding voor ze te koop.
Syrische
hamster; de voeding is eenvoudig en is als speciaalvoeder
te verkrijgen bij een dierenwinkel.
We
kunnen dus stellen dat een stinkdier net zo gedomesticeerd
is als een Syrische hamster.

|